Nu publiceren we cijfers en is er nog kritiek

Mijmeringen bij de publicatie van de resultaten van de Amsterdamse basisscholen

 Het Amsterdamse basisonderwijs heeft haar resultaten transparant gepubliceerd. De openheid en diepgang  van het materiaal is indrukwekkend. Het is het resultaat van een lang proces, dat na professionele discussie tot stand is gekomen. Professionele discussie, onder andere omdat het Amsterdamse basisonderwijs nooit enthousiast is geweest over de eigen normen die Lodewijk Asscher hanteert.  Een discussie die gevoerd is tot aan de staatssecretaris aan toe. Want wat zegt het als een school minimaal 25% van de leerlingen naar HAVO/VWO moet verwijzen? Voor sommige scholen in Amsterdam Zuid moet het qua populatie wel 80% zijn. Die normen zeggen dus niet zoveel. Beter is het om uitsluitend uit te gaan van de normen van de onderwijsinspectie. Dan is er sprake van één norm. En als we het in ons land niet eens zijn met de inspectienorm dan moet de landelijke politiek zorgen dat die norm verandert. Lodewijk Asscher liet in de krant weten dat schoolbestuurders aanvankelijk tegen publicatie van cijfers waren. Dat is onjuist. Schoolbesturen waren tegen het publiceren van cijfers op basis van de onjuiste Asschernormen. Publicatie van resultaten is nodig.

Nu zijn de resultaten gepubliceerd in de kwaliteitswijzer basisonderwijs en de spiegel primair onderwijs. In de spiegel worden per school 50 (!) soorten resultaten  benoemd. De transparantie is hier wat doorgeslagen. De spiegel is gemaakt door de Amsterdamse schoolbesturen en lijkt me heel geschikt voor intern gebruik. Er is sprake van een overdaad aan gegevens. Geschikt voor besturen en schoolleiding en geschikt voor een groep hoogopgeleide ouders. Het is moeilijk om je conclusies over de kwaliteit van de school te trekken uit deze cijferbrij. Dat zou eigenlijk in één oogopslag moeten kunnen. Het tweede document is de  kwaliteitswijzer (van gemeente en schoolbesturen samen). Deze komt dichterbij de door mij gewenste soberheid, maar is ook voor velen nog lastig te lezen.

Ik pleit om die reden in de Almeerse aanpak voor een vereenvoudigde versie voor ouders. Te denken valt daarbij aan  bijvoorbeeld vier indicatoren die  op groen of rood staan. Vanzelfsprekend is het uitstekende cijfermateriaal volgens het Amsterdamse model  (op de eerder genoemde Asschernormen na) als verdiepingsmateriaal aanwezig.

Een suggestie voor die vier indicatoren: 1e een voldoende of onvoldoende inspectierapport, 2e een genormeerd oudertevredenheidsonderzoek per school (alles boven de 7,5 is groen), 3e Cito-eindtoets naar schoolgewicht volgens inspectienormen, 4e resultaten van basisschooladviezen na drie jaar.

Daarnaast lijkt het me verstandig om ook de resultaten per schoolbestuur te ordenen en samen te vatten, want de verschillen tussen schoolbesturen kunnen groot zijn.

Kortom een klein pleidooi voor kernachtige en eenvoudig te begrijpen indicatoren. Voor iedereen snel te begrijpen en met daarbij de belangrijke indicator van de tevredenheid van de ouders over hun eigen school. Ik eindig met een compliment voor de Amsterdamse inspanningen en ben benieuwd  of we zo’n “oogopslaglijst”   in het Almeerse voor elkaar krijgen.

 

zie: http://www.parool.nl/static/nmc/red/docs/Kwaliteitswijzer_basisonderwijs_Amsterdam_2011

zie: http://www.parool.nl/static/nmc/red/docs/Spiegel_primair_onderwijs_Amsterdam_2011

 

 

Bron van dit artikel: René Peeters-Blog (Wethouder)

Archief